J schreef:Hier is een voorbeeldje/ Hoe moet ik dit interpreteren?
Primaire overbrengingsverhouding 1.556 (84/54)
Overbrengingsverhoudingen 1e 3.333 (50/15)
Overbrengingsverhoudingen 2e 2.412 (41/17)
Overbrengingsverhoudingen 3e 1.900 (38/20)
Overbrengingsverhoudingen 4e 1.545 (34/22)
Overbrengingsverhoudingen 5e 1.292 (31/24)
Overbrengingsverhoudingen 6e 1.074 (29/27)
Eindreductie 2.036 (14/22 x 32/10)
De grootte van de overbrengingsverhouding wordt veelal aangegeven met een cijfercombinatie. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld de volgende combinatie: 55/15 (3.333). Het getal 55 staat daarbij voor een achtertandwiel met 55 tanden terwijl de 15 na de deelstreep erop doelt dat het voortandwiel 19 tanden telt. De waarde 3.333 staat voor de de verhouding tussen beide en wordt verkregen door 55 te delen door 15. Door andere tandwielen te monteren met een afwijkend aantal tanden kan je de eind overbrengingsverhouding van je motor dus gemakkelijk wijzigen. Door een kleiner voortandwiel of een groter achtertandwiel te monteren, maak je de motor vinniger onder acceleratie; ga je andersom te werk dan draait het motorblok minder toeren bij dezelfde rijsnelheid. Indien je echter ook op duurzaamheid mikt, gebruik je best een voortandwiel dat zoveel mogelijk tanden telt. Hoe meer tanden, hoe beter het vermogen van het blok kan verdeeld worden en hoe minder het voortandwiel slijt. Voeg daarbij dat het voortandwiel het meest te verduren krijgt en je weet meteen dat je motor korter afstellen, wat betreft zijn eindoverbrenging, beter gebeurt door voor een groter achtertandwiel te kiezen. Zie er ook op toe dat het aantal tanden van het achtertandwiel gedeeld door het aantal tanden van het voortandwiel nooit op 3 uitkomt –bijvoorbeeld 45/15 want dan komt dezelfde tanden steeds met hetzelfde deel van de ketting in contact, wat voor extra slijtage zorgt.
"hieronder volgt een berekeningsmethode, doch komt niet overeen met de aangegeven waarden van de topicstarter"
Laat ons aannemen dat we willen weten hoe snel een motor rijd die 14.000 toeren kan halen in zesde versnelling. Onze voorbeeldmotor heeft een primaire overbrengingsverhouding van 2.171, de zesde versnelling heeft een verhouding van 1.174 en de eindoverbrenging bestaat uit de combinatie van een voortandwiel van 19 en een achtertandwiel van 55 tanden. De omtrek van de achterband is 0,0018 km. Waarom kilometers? Wel, doodsimpel omdat het eindresultaat dat we zoeken de snelheid is uitgedrukt in kilometer per uur. Het meten van de omtrek van je achterband dient op het midden van het loopvlak te gebeuren. Met de lintmeter van moeder de vrouw lukt dat probleemloos.
Eerst en vooral gaan we het toerental van de motor omrekenen naar het aantal toeren dat hij maakt per uur. Dat doen we omdat het toerental van een motor uitgedrukt wordt per minuut en we willen weten hoe snel we rijden in een tijdspanne van één uur. 14.000 wordt dus vermenigvuldigd met 60 wat ons 840.000 oplevert. Inderdaad, dat krukasje ligt daar niet niks te doen gedurende een uurtje. Om te weten hoeveel toeren per uur de ingaande as van de versnellingsbak –en het koppelingshuis- per uur draaien, delen we de waarde van het krukastoerental door de waarde van de primaire verhouding. 840.000 wordt dus gedeeld door 2.171, hetgeen ons het getal 386.918 oplevert. Vervolgens gaan we op zoek naar de snelheid die de uitgaande as van de versnellingsbak maakt, de as waarop het kleinste tandwiel van onze eindoverbrenging gemonteerd is. Deze waarde bekomen we door de snelheid van de ingaande as van de versnellingsbak te delen door de waarde van de overbrenging van 6de versnelling. In ons geval wordt dat 386.918 : 1.174 wat ons 329.572 oplevert. Wie goed heeft opgelet weet nu dat de benaming ‘versnellingsbak’ rekenkundig benaderd twijfelachtig is en we dus eigenlijk van een ‘vertragingsbak’ kunnen spreken.
Nu we weten hoe snel de uitgaande as van de versnellingsbak –en dus ook ons kleinste tandwiel van de eindoverbrenging- draait, kunnen we heel gemakkelijk de rijsnelheid van de motor berekenen. We vermenigvuldigen de draaisnelheid van de uitgaande as van de versnellingsbak met het aantal tanden van het voortandwiel, delen de bekomen waarde door het aantal tanden van ons grootste tandwiel van de eindoverbrenging en vermenigvuldigen het product van deze berekening met de omtrek van de achterband. Het getal dat we bekomen is de snelheid in kilometer per uur die onze motor maakt bij een toerental van 14.000 toeren per minuut. Dat wordt dus voor ons voorbeeld 329.572 x 19 : 55 x 0.0018 = 204,9 kilometer per uur.
Normaliter zou je er kunnen vanuit gaan dat deze waarde exact de snelheid is die de motor rijdt, maar dat is niet zo. Net als het leven zelf is ook deze waarde betrekkelijk. Eerst en vooral zijn er maar weinig toerentellers die zonder foutmarge het juiste toerental weergeven. De tweede factor die een rol gaat spelen –vooral bij hoge snelheden- is dat elke band bij grote draaisnelheden door de middelpuntvliedende kracht in omtrek gaat toenemen. De achterband van onze voorbeeldmotor draait met 14.000 krukasomwentelingen op de klok en met de bak in zesde versnelling zo maar eventjes 1.897 toeren per minuut. Geen wonder dat een band onder die omstandigheden in omtrek vergroot en degelijk uitgebalanceerd moet zijn om problemen te voorkomen… Maar dat even terzijde, er speelt nog een andere grote factor mee die niet verwaarloosbaar is: een band verslijt en naarmate het rubber op het loopvlak verdwijnt, verkleint de omtrek van de band. Indien er op een achterband die nieuw een omtrek heeft van 180 centimeter, 2,5 millimeter loopvlak verdwijnt, krimpt zijn omtrek met ongeveer 2,5 centimeter. De berekende waarden liggen dus heel dicht tegen de waarheid aan, maar zijn onderhevig aan variabele factoren die binnen het kader van dit artikel slechts moeilijk incalculeerbaar zijn.
bron: motornet.be